Altijd eerlijk zijn tegen de dementerende? Verhaal van een mantelzorger

Verhaal van mantelzorger over Dagbesteding

 Je hebt de ziekte van Alzheimer.

Je gaat naar de zorgboerderij en je vindt het heel fijn.

Als je thuis komt vertel je wat je gedaan hebt en je zegt: 

“Ik kan niet meer alles, maar op de boerderij doe ik heel nuttig werk.”

 Je hebt kiwi’s geplukt en omdat Betsie de boerin vermoedt dat je dat woord niet meer kent, schrijft ze even een klein briefje: Bedankt voor het kiwi’s plukken Dick, samen met I.

Nu weet ik genoeg om te begrijpen wat je vertelt.

Ik weet wie I is. Zij is een verstandelijk gehandicapte vrouw. Je vertelt hoe je haar geleerd hebt van haar handen een kommetje te maken en daar doe jij dan de kiwi’s in.

Je hebt al veel last van afasie. Je vertelt niet alles met woorden, maar ook met gebaren. Je vertelt de dingen ook niet één keer maar wel 10 keer.

Als er bezoek komt vertel je het ook nog een keer. Dat hoort bij de Alzheimer. 

Dat is wel vermoeiend, maar ik zie ook hoe goed jij je voelt. 

Je bent zelfs even de leraar die je vroeger was.

Wat een geluk dat deze boerderij bestaat.

Toen ik bij mijn eerste bezoek vroeg wat iemand moest kunnen om hier te mogen zijn zei Betsie: “als je alleen de poes kunt aaien dan is dat je vrijwilligers werk.”

Toen wist ik dat het een goede plek was voor jou.

Je hoeft niks te presteren als je dat niet meer kan.

Maar hoe moet ik jou vertellen dat je naar die boerderij gaat. (2 dagen in de week) 

Voor mij is dit echt nodig.

Jij kunt niet meer alleen zijn en ik kan niet steeds bij jou zijn. Dan voel ik me gevangen.

Ik houd het niet vol mijn leven steeds op jou af te stemmen en op je te letten. Ik raak geïrriteerd en dat wil ik niet. Ik wil graag dat jij je veilig voelt bij mij. Dat je jezelf ook als een waardevol mens blijft zien. Dat kan alleen als ik mezelf ook goed genoeg voel. 

Ik vertel je dat ik op een boerderij ben geweest waar ze werken met oudere mensen en mensen met een handicap. En dat de boer daar subsidie voor krijgt. Ze willen graag nog een oudere die daar komt werken als vrijwilliger. 

Voor ons allebei is dat leuk. Jij hebt dan weer nieuw vrijwilligers werk. Dan zeg je:”ja, ik wil wel graag weer werken. Maar vind jij het dan niet erg als ik weg ben. Voel jij je dan niet alleen? Dan doe ik het niet hoor. Je moet niet bang zijn.” 

Ik ben blij dat ik het je op deze manier heb verteld, maar het is ook een rot gevoel dat ik tegen je sta te liegen. Dat zijn we niet gewend. Ik praat erover met onze begeleider. Dat helpt me om te kiezen voor deze manier. Het gebeurt steeds vaker dat ik halve waarheden vertel.

Ik vind dat ook niet meer moeilijk. 

Voor ons is dit een goede manier. 

Janneke Harmsen

 

Lees ook:

Boeken

Diensten